25 april, 2019

Een babbel met Maïté Zoutendijk en Laura De Moor: het onnatuurlijke natuurlijk maken

Laura De Moor en Maïté Zoutendijk zijn het kloppend hart van de dansafdeling op MAAK. Twee gepassioneerde en jonge leerkrachten die instaan voor de volledige opleiding, van kleuters tot volwassenen. Hoog tijd voor een verdere kennismaking.

Dans op MAAK, hoelang bestaat dat al?

Maïté: Toen ik hier drie jaar geleden startte, was het het eerste jaar dat er een dansopleiding werd opgericht, over alle graden heen.  Dat gebeurde met middelen van het gemeentebestuur. Sinds dit schooljaar is onze afdeling officieel erkend door het Ministerie van Onderwijs en is onze dansopleiding dus een volwaardige opleiding in het deeltijds kunstonderwijs. Op dit moment zijn er ongeveer 125 leerlingen dans ingeschreven én zijn we in constante groei.

Hoe ziet de opleiding er in een notendop uit?

Laura: We starten bij de kleuters op een heel speelse manier. Binnen het kader van een thema en een verhaal exploreren we ons lichaam en leren we de eerste technische oefeneningen aan. Daarna komen de leerlingen terecht in de eerste graad en kunnen ze doorgroeien tot de 4de graad. Vanaf de 3de graad kiezen leerlingen voor “klassiek” of “jazzdans”. Leerlingen kunnen ook beide richtingen combineren.

Is het haalbaar om als volwassene nog te leren dansen?

Laura: Dat kan zeker. Onze oudste leerlingen zijn vijftig en dat zijn vaak mensen die van nul gestart zijn. Al gebiedt de eerlijkheid wel te zeggen dat dansen meer is dan zomaar wat bewegen op muziek om fit te blijven, we gaan verder dan een zumbales. Er komt ook heel wat techniek bij kijken.

Waarin bestaat de eigenheid van de dansopleiding op MAAK versus een privéschool?

Maïté: We werken heel hard op techniek, motivatie en wekelijkse regelmaat. En dat is nu precies het verschil dat we als academie willen maken met een privéschool. We mikken op gemotiveerde leerlingen die er elke week voor willen gaan.

Laura: Wij werken niet alleen product-, maar ook procesgericht. We willen dat onze leerlingen geregeld op een podium staan, maar ook dat de leerlingen over de jaren heen een persoonlijk groei en vooruitgang doormaken. Daarom investeren we veel tijd in feedbackmomenten en communiceren we heel geregeld over de algemene groeilijn van onze leerlingen. Dans volgen is meer dan dat ene hoogtepunt op een podium per jaar, het moet een “levenshouding” worden in continue ontwikkeling…

Er komt veel techniek bij kijken, maar is er ook plaats voor eigen inbreng en creativiteit?

Laura: Ik hou heel erg van improvisatie. Zo probeer ik bij de kleintjes heel beeldend te werken: “beweeg eens als een oude man of vrouw”,  “doe eens alsof je opstaat of je tanden poetst”. Aan de hand van deze speelse oefeningen onderzoeken leerlingen hun eigen bewegingen en bouwen ze hun lichaamstaal op.

Maïté: Het is super belangijk om die improvisatie en creativiteit van kleinsaf op te bouwen en te stimuleren. Ik laat de oudere leerlingen vaak zelf een choreo maken of gericht improviseren op muziek.

Welke karaktereigenschappen heb je nodig om een goede danser te worden?

Maïté: Discipline, doorzettingsvermogen, geduld, lef, fouten durven maken en kunnen omgaan met kritiek. Soms werk je maanden om een armbeweging net zo te krijgen als het voorbeeld van de leerkracht. Een goede pirouette leren maken duurt ongeveer zes jaar, daar heb je geduld en karakter voor nodig. Eigenlijk trainen wij jarenlang ons lichaam om onnatuurlijke bewegingen natuurlijk te maken of er te doen uitzien.

Laura: Voor pubers is het vaak heel confronterend om te dansen. In de dansles kijk je constant in de spiegel en vergelijk je hoe dan ook altijd met anderen. Ikzelf heb bijvoorbeeld ook echt moeten aanvaarden dat een grote danseres ook ok is.

Hoe zag jullie eigen dansopleiding eruit?

Maïté: Ik heb vier jaar klassieke en moderne dans gestudeerd aan het conservatorium van Tilburg, in Nederland. In het laatste jaar van mijn studies trok ik naar Lissabon. Niet alleen voor het mooie weer, maar ook voor de dansstijlen die daar werden gedoceerd. Voordat ik naar Tilburg trok, heb ik gigantisch veel dansles gevolgd in privéscholen, vaak 10 tot 15 uur per week!

Laura:  Op mijn 6de stond ik al in een balletpakje aan de barre. Dat was in een dansschool in Brussel. Veel later ben ik dan de musicallopleiding op MAAK begonnen, daar kreeg ik ook dans. Op mijn 22ste ben ik dan even musical in het hoger onderwijs gaan verder studeren, maar dat beviel me niet helemaal. Ik bleef op mijn honger zitten wat de dans betrof. Daarna besloot ik om naar de plaats te trekken waar het allemaal gebeurt: New York. Ik studeerde er één semester aan het Broadway Dance Center, één van de beste dansscholen ter wereld. Heel inspirend!

Op welke realisatie uit jullie carrière op MAAK zijn jullie trots?

Maïté: De dansafdeling is mijn baby’tje  en wij zijn heel trots dat we op zaterdag 4 mei voor het eerst een eigen voorstelling in Scharpoord mogen presenteren: “Premières”. Ik ben daar momenteel bijna dag en nacht mee bezig. We kiezen voor een multidisciplinaire benadering en werken in vier grote blokken die een eenheid op zich vormen.

Hoe gezond is dansen?

Maïté: Als je een goede leerkracht én een goede techniek hebt, dan is dansen zeker niet ongezond. Vergelijk het met topsport: je werkt aan spierkracht en souplesse en op een bepaald moment kan je inderdaad wel bepaalde blessures krijgen, maar mits goede opvolging komt dat allemaal goed!

Laura: Als je het puur fysiek bekijkt, dan is dans eigenlijk een heel volledige sport: je traint uithouding, kracht en lenigheid. Wel is het zo dat 45 jaar een maximum leeftijd is waarop je dans op topniveau kan beoefenen.

Wat is jullie lievelingseten?

Maïté: ik hou erg van lasagne en sabayon.

Laura: Indisch…hoe pikanter hoe liever.

Wat doen jullie in je vrije tijd?

Maïté: In de weinige vrije tijd die ik heb lees ik boeken, allerlei genres en auteurs. Als ik tijd genoeg heb, lees ik makkelijk één boek per week.

Laura: Ik lees ook veel. Geen fictie, maar wel cultuurwetenschappen en filosofie:  Alain de Botton, Paul Verhaeghe, Jean-Paul Sartre, Simone De Beauvoir, heel veel scripts van toneelstukken, … Die interesse komt voort uit een andere studie die ik deed aan de VUB: master cultuuragogiek, in de volksmond beter bekend als kunsteducatie. Naast musical-leerkracht ben ik ook leerkracht zedenleer en cultuurwetenschappen.

Een dansvoorstelling die iedereen moet gezien hebben?

Maïté: Alles van Akram Kahn vind ik geweldig: “Vertical Road” en  “Giselle” bijvoorbeeld. Hij behoort tot de jongste generatie choreografen en heeft Indische roots. Ook William Forsythe is super.

Laura: Ik hou meer van jazzdans en van alle broadway choreografen. Bob Fosse is mijn favoriet. Hij heeft een volledig eigen en herkenbare danstaal ontwikkeld en toch is hij iedere keer opnieuw weer verrassend. Voor mij is dat hét kenmerk van een grote kunstenaar.

Waar droom je van om ooit nog te verwezenlijken?

Maïté: Ik zou het vooral fijn vinden als leerlingen mij herinneren als een leerkracht waar ze echt iets aan gehad hebben, niet alleen op dansvlak, maar ook menselijk. Dit jaar heb ik het heel druk gehad met de dansvoorstelling in Scharpoord, maar vanaf volgend jaar wil ik graag weer zelf wat meer dansen.

Laura: Ik maak zelf voorstellingen, vaak een mix van dans, theater en woord. Momenteel is alles nog vrij kleinschalig, maar het is echt wel mijn droom om dit wat grootschaliger te maken en er langzamerhand mee te kunnen doorbreken. Op langere termijn wil ik zelf steeds blijven ontwikkelen. Ik heb een hekel aan routine en stilstand. Als leerkracht hoop ik de kracht te vinden om steeds naar nieuwe wegen te zoeken!