Weer
5.1 °
22 maart, 2018

Interview Jong Talent

Jonge Talenten in MAAK: wie zijn ze, wat doen ze, wat drijft hen? Coördinator Frauke Elsen had een gesprek met Amaury Stekelinck en Dave Lantsoght. Amaury is 14 jaar, studeert Latijn in het 2e middelbaar en volgt piano bij Zoé Vanhellemont. Dave is 18, zit in zijn voorlaatste jaar tuinbouw en speelt gitaar bij Willemijn Vermeir.

 

Amaury, jij volgt de Jong Talent-richting voor piano, en jij, Dave, voor klassieke gitaar, maar jullie spelen daarnaast nog andere instrumenten. Wat doen jullie allemaal?

Amaury: Ik volg naast piano ook nog viool en samenspel, en ik speel in het orkest De Zeegalm onder leiding van Hans Vermeersch.

Dave: Ik doe klassieke gitaar, elektrische gitaar, sinds kort ook zang, en dan ook een uurtje songwriting en twee combootjes.

 

Je praat erover alsof dat niet zoveel is, maar dat moet je elke dag toch enkele uren bezighouden?

Dave: Ja, ik ben elke dag gemakkelijk anderhalf uur tot twee uur met muziek bezig, en in het weekend meerdere uren.

Amaury: Ik ben ook elke dag veel met muziek bezig. Met het orkest repeteren we elke vrijdag, en we bereiden nu twee concerten voor, dus nu hebben we soms extra repetities op maandag.

 

Een ondeugende vraag: wat oefen je het meest, piano of viool?

Amaury: Dat hangt af van het moment. Soms oefen ik twee weken veel meer piano, omdat ik dan net iemand gezien heb die supergoed piano kan spelen waardoor ik zelf ook veel wil oefenen. Nu heb ik net drie nieuwe stukken gekregen, en dan oefen ik ook meer.

 

Je hebt onlangs een schitterend resultaat behaald op de solistenwedstrijd van Vlamo, en je bent geselecteerd voor de nationale finale in april. Proficiat!

Amaury: Dankjewel.

 

Hoe voel je je bij zo’n wedstrijd?

Amaury: Ik was wel zenuwachtig, maar eigenlijk was ik nog nerveuzer voor de proclamatie dan voor het spelen zelf. Dan had ik echt bijna krampen in m’n buik.

 

Doe jij soms mee aan wedstrijden, Dave?

Dave: Ja, maar dan vooral in de poprichting, met mijn groep tegen andere groepjes. Nu gaan we aan de ‘lokale lichting’ meedoen, om op Kneistival te spelen. Twee maanden geleden deden we ook al mee aan een wedstrijd, maar dat was echt een harde rockwedstrijd, met zelfs sommige metalbands. Daar zaten we niet echt op onze plaats.

 

Met welke groep is dat?

Dave: Dat is met mijn eigen groep, die ik zelf heb opgericht. Ik heb in de academie een affiche opgehangen: ‘Gitarist zoekt band’, zo’n 6 jaar geleden moet dat geweest zijn. Daar zijn een paar muzikanten uit de academie op afgekomen, en zo zijn we begonnen. Ik speelde toen zo’n twee jaar elektrische gitaar, en ik wilde wat meer.

 

Tof! Hoe heet die groep?

Dave: Pitch mode. We worden nog steeds gecoacht in MAAK. Buiten de academie heb ik ook nog twee andere groepjes.

 

Je speelt dus veel elektrische gitaar. Zijn klassieke gitaar en elektrische gitaar een groot verschil voor jou?

Dave: Ik merk dat ik dankzij de klassieke gitaar een heel goede vingertechniek heb opgebouwd, en dat is een sterke technische basis voor de elektrische gitaar. Ik vind het ook leuk om dingen die ik geleerd heb op klassieke gitaar toe te passen op elektrische gitaar, dus eigenlijk is het voor mij niet zo’n groot verschil. Ik probeer de beide vaak te combineren.

 

Komen jullie uit een muzikale familie?

Amaury: Nee, helemaal niet. Mijn papa heeft een half jaartje piano gespeeld toen hij klein was, maar dan is hij gestopt. We luisteren thuis vaak naar Klara, dus mijn ouders luisteren wel graag naar klassieke muziek. Ik heb wel een kleine zus die ook piano speelt, en ze wil nu beginnen met viool (lacht).

Dave: Ik heb ook geen muzikale familie. Ik heb wel verre familie die goede muzikanten zijn, maar mijn ouders helemaal niet. Mijn papa zingt er helemaal naast (lacht). Mijn ouders en familie zijn tuinmensen. Ik heb zelf beslist om tuinbouw te gaan studeren, maar ik zit er al heel mijn leven middenin. Ik vind dat leuk en interessant, maar in de muziek kan ik me meer uitleven, dat is echt een passie. Tuinbouw doe ik ook erg graag, maar het is toch nog anders. Als ik een vrije dag heb, zal ik minder snel zeggen ‘ik zal eens in de tuin werken’ dan dat ik muziek wil spelen. Er zijn soms dagen dat ik pas om 22u thuiskom, maar dat ik toch nog muziek wil spelen. Dat kriebelt echt.

 

Wie zijn jullie grootste idolen?

Dave: Voor klassieke muziek is dat voor mij John Williams, en voor jazz Pat Metheny. Ken je die?

 

Nee...

Dave: Zeker eens opzoeken, die heeft veel heel toffe dingen gedaan. Ook voor pop heb ik veel mensen waar ik naar opkijk, zeker nu dat ik ook meer en meer begin te zingen. Het is de bedoeling om meer en meer mijn eigen nummers te zingen en te spelen, en dan solo op te treden.

Amaury: Mijn grote idool is Lang Lang...

 

Ah, dat is ook mijn favoriete pianist! (lacht)

Amaury: Ja, hij gaat echt volledig op in de muziek. Hij steekt echt àl zijn gevoel in de muziek, niet zomaar een klein beetje.

 

Wat zijn jullie leukste muzikale herinneringen?

Amaury: Voor mij zijn dat de optredens met het kinderkoor van de Vlaamse Opera in Antwerpen. Voor het concert hadden we altijd enorm veel plezier, en tijdens de concerten ook. Vooral die keer dat we hebben opgetreden in het Sportpaleis.

 

Amai, het Sportpaleis!

Amaury: Ja, dat was echt wel leuk. Ik heb meegedaan aan Khovanshchina en aan La Bohème. En in het Sportpaleis hebben we de zangstemmen van The Lord of the Rings gedaan, met het Belgian National Orchestra. Dat was echt geweldig. Daar waren heel veel mensen, meer dan 10.000! En als ik gewoon een concert speel en ik krijg er warm van, dan vind ik het ook wel heel erg leuk.

 

Dave, jij bent echt een podiumbeest he. Als je maar op een podium kunt staan!

Dave: Ja, sowieso. Het grootste concert dat ik ooit heb gedaan was de Klink&Drink hier in Knokke, dat was voor 1.500 mensen ofzo... Dat is toch ook al veel, hé!

 

Het zal wel zijn! Als klassieke gitarist bereik je niet vaak zo’n groot publiek.

Dave: Inderdaad. Ik probeer altijd klassiek en jazz te combineren, ook in mijn eigen composities. Ik doe dat graag, mijn eigen stukken spelen, ook bij klassieke gitaar. Het is eens iets anders dan die partituren waar je zo aan vasthangt. Het is goed om los te komen van je partituren, dan heb je wat meer vrijheid, kun je nieuwe dingen creëren.

 

Hebben jullie een lievelingsstuk?

Amaury: Ja! Een symfonie van Mozart, zijn 25e symfonie. Ik luister er heel vaak naar. Ik ben er toevallig eens op terecht gekomen, en ik luister gewoon erg vaak naar Mozart.

Dave: Ik heb niet echt een lievelingsstuk... In elke stijl heb ik favorieten. Ik luister vaak naar Hans Zimmer, filmmuziek vind ik echt machtig. Ik luister naar zoveel, ik zou niet echt direct een favoriet stuk kunnen noemen.

 

Jullie behoren tot de eerste lichting Jonge Talenten in Knokke. Hoe voelt het om daar deel van uit te maken?

Amaury: Het is leuk om als Jong Talent benoemd te worden, dat geeft een boost. Er wordt veel werk in jou gestoken en dat is echt leuk, dat geeft gewoon zelfvertrouwen.

 

Wat heb je al opgestoken uit de workshops en masterclasses?

Amaury: Bij jou heb ik geleerd om een woord of een beeld op de muziek te plakken. Vorige week is Zoé daar dan ook nog eens op teruggekomen in de pianoles. Bij de workshop podiumpresence (bij Olivia Géerolf) heb ik geleerd wat ik kan doen als ik koude handen heb, en dat is wel belangrijk voor pianisten of violisten. Ze heeft getoond hoe je over je vingers kan wrijven en bepaalde oefeningen kunt doen om je handen op te warmen.

Dave: Ik vind het leuk dat de academie de Jong Talent-richting heeft opgericht, omdat het echt motiveert. Het niveau ligt ook hoger op concerten, waardoor je veel meer mooie muziek hoort. Dat is echt een voordeel. Je leert ook andere jonge mensen kennen waarmee je kunt samenspelen.

 

Hoe zien jullie je muzikale toekomst? Gaan jullie voluit voor de muzikale carrière?

Amaury: Bij mij hangt dat ook weer af van het moment. Soms denk ik: stel dat het niet lukt, wat moet ik dan doen? Misschien is het dan beter om muziek als hobby te houden, naast je werk? Maar als ik dan bijvoorbeeld Lang Lang aan het werk hoor, dan ben ik wel heel gemotiveerd om ook professioneel te worden.

Dave: Ik heb ook lang getwijfeld, maar volgend jaar haal ik mijn diploma voor tuinbouw, en daarna ga ik naar het Conservatorium van Gent. Ik ga het in elk geval proberen, want ik wil niet dat ik anders later spijt heb dat ik het niet heb geprobeerd. Ik heb nog getwijfeld om tuinarchitectuur te doen, maar uiteindelijk wordt het toch muziek. Dat is meer m’n ding. Ook mijn ouders staan echt achter me, ze steunen me echt goed. Soms lijkt het alsof zij nog meer willen dat ik naar het Conservatorium ga dan ikzelf. Dat is belangrijk, want je hebt veel ouders die dat niet zien zitten, die zeggen dat er geen toekomst in zit. Die steun vind ik heel leuk.

 

Bedankt voor het interessante en fijne gesprek!

Amaury: Dankjewel.

Dave: Bedankt ook aan MAAK om de Jong Talent-richting op te richten!