10 oktober, 2019

MAAKlab: innovatie troef!

Nieuw op MAAK dit schooljaar is de opleiding productontwerp voor kids, jongeren én volwassenen.  Charles Degeyter en Lennard Ameys zijn de twee jonge leeuwen die deze unieke opleiding als leerkracht trekken. Gretig en met volle goesting staan ze klaar om jong én oud tot een creatieve duizendpoot te transformeren. Lennard neemt de kinderen en jongeren voor zijn rekening op vrijdagavond, Charles de volwassenen op maandag en donderdag.

Productontwerp: wat mogen we hieronder verstaan?

Lennard: Bij productontwerp komt heel wat kijken. Vooraleer we de handen uit de mouwen steken en effectief iets maken, gaan we eerst even heel goed nadenken over wat we gaan maken, voor wie en hoe. Goede productontwerpen starten steeds vanuit een probleemstelling. Bijvoorbeeld: stel dat we iets willen maken voor een Parkinsonpatiënt die het moeilijk heeft om een standaard lepel te hanteren. Om dat probleem goed aan te pakken moet je het eerst gaan onderzoeken. Welke zaken liggen aan de oorzaak van het probleem en wat zijn de exacte noden van de gebruiker? Vervolgens doen we een exploratie naar allerlei mogelijke systemen of oplossingen die van toepassing kunnen zijn op die probleemstelling. Aan de hand van vooropgestelde criteria gaan we daarna bepalen welke systemen of oplossingen het meest geschikt zijn om deze vervolgens te gaan testen en materialiseren. We werken dan toe naar prototypes die we stap voor stap gaan optimaliseren tot we een uiteindelijk een ontwerp hebben die voldoet aan de wensen van de gebruiker.   

In hoeverre is het visuele aspect belangrijk?

Charles: We besteden zeker aandacht aan het esthetische, maar productontwerp is véél meer dan puur vormgeving. In een goed ontwerp gaat vormgeving hand in hand met materiaalkeuze en de functionaliteit van het product.

Waar het uiteindelijk allemaal omdraait is dat je als ontwerper je eindgebruiker en de verschillende betrokkenen leert kennen. Uiteindelijk ontwerp je in functie van de gebruikers, niet voor jezelf. De mate waarin de vormgeving van een product belangrijk is, wordt dus meestal door de gebruikers bepaald.

Naar welk profiel leerlingen zijn jullie op zoek voor deze nieuwe richting?

Lennard: Het belangrijkste is dat je een leergierige student bent die open staat voor nieuwe technieken en denkprocessen. Je moet willen leren en fouten durven maken. Voorkennis heb je niet nodig en er zijn verder geen specifieke eisen om te starten.

Hoe verklaren jullie de populariteit van productontwerp?

Lennard: Deze “trend” loopt nauw samen met de “maker-beweging” die de laatste jaren in Vlaanderen sterk in de lift zit. De term maker staat voor iedereen die graag experimenteert, ontwerpt, uitvindt en bouwt met digitale middelen.  Voortrekkers als Lieven Scheire en Henk Rijckaert hebben er voor gezorgd dat er op verschillende plaatsen Makerspaces ontstaan. Het zijn een soort van open ateliers waar je als liefhebber zelf terecht kan om  prototypes of projecten te maken, dingen te testen, nieuwe fabricageprocessen te ontwikkelen en eerste oplages te produceren.

Hoe uniek is de opleiding op MAAK?

Charles: Het unieke aan ons verhaal is dat we een DKO-opleiding voor drie leeftijdsgroepen aanbieden: kids, jongeren en volwassenen. Geen enkele academie in Vlaanderen doet dit. Veel workshops en opleidingen leren enkel het hanteren van de technische tools aan. Wij op MAAK gaan véél verder en begeleiden leerlingen stap per stap in het proces!

Lennard: Daarnaast beschikken wij op MAAK tegen eind september over een werkelijk fantastisch uitgeruste Makerspace. Met enige fierheid durven we zeggen dat je dit in geen enkel andere academie vindt!

Hoe zal jullie Makerspace er concreet uitzien?

Charles: We maken drie ateliers. Het grootste atelier is het houtbewerkingsatelier met zaagmachines, schuurmachines, kolomboren, et cetera. In onze opleiding vinden we het heel belangrijk dat je snel prototypes kan maken. En met hout lukt dat zeer goed. Daarom vinden we dit atelier ook zo belangrijk.

Lennard: Het tweede atelier wordt een assemblage-atelier waarin alles in elkaar gezet wordt met handtools. En als topje van de ijsberg investeert MAAK in een ongezien stofvrij hi-end atelier met 3D-printers, een laser-cutter, solderbouten, computers … Hier worden alle complexe dingen gefabriceerd die je niet in de eerste twee ateliers kan maken.

MAAK biedt de opleiding productontwerp zowel aan voor kids, jongeren en volwassenen. Hoe differentiëren jullie de opleiding per doelgroep?

Lennard: Onze belangrijkste doelstelling bij de kids is dat ze aan de hand van eenvoudige opdrachten verschillende basistechnieken leren gebruiken: het lijmpistool, de boormachine, de hamer, de schaver, … We gaan ook met afvalmateriaal aan de slag. Zo is één van de eerste opdrachten het maken van een Rube Goldbergmachine – een ingewikkelde machine om dingen te laten bewegen. Heel boeiend!

Charles: Bij de jeugd en de volwassenen gaan we een stap verder en leren we meer denken in functie van de eindgebruiker en vanuit een probleemstelling. Zo gaan de jongeren en de volwassenen dit jaar bijvoorbeeld een wandelstok ontwerpen. We hanteren een strikte methodologie om uiteindelijk tot een weloverwogen keuze en ontwerp te komen.

De volwassenen krijgen een groter blok backgroundinformatie waarbij ze theoretische kennis opdoen over de verschillende materialen en productiewijzen, maar ook geschiedenis van het productontwerp komt aan bod.

Waarom mogen jongeren deze opleiding op MAAK zeker niet missen?

Lennard: Het STEaM-verhaal op de middelbare scholen (Science, Technology, Engineering, Arts en Mathematics) is in se vanuit ons vakgebied ontstaan. Het grote verschil met de middelbare scholen is dat wij op MAAK meer focussen op het concrete productontwerp zelf. Wij gaan écht zaken maken en bedenken. Op de dagschool wordt het productontwerp vaak gebruikt om een wetenschappelijke en/of wiskundige theorie te illustreren. Wij gaan een grote stap verder in het werkelijke ontwerp en gaan dus 200% voor de ‘A’ van ‘Arts’ in het geheel!

Charles: Wij geloven er in dat dit een sterk verhaal is waarin kinderen, jongeren en volwassenen handiger, creatiever en doelgerichter gematerialiseerde oplossingen leren bedenken voor concrete problemen die zich in het dagelijkse leven voordoen. We moedigen leerlingen dan ook aan om de opgedane kennis en vaardigheden ook toe te passen buiten de schoolmuren.

Hoe zag jullie eigen opleiding eruit?

Lennard: Ikzelf studeerde een bachelor industrieel productontwerp aan HoWest te Kortrijk. Mijn thesis ging over het ontwerpen van een Rube Goldbergmachinemet kinderen. Naast mijn job op MAAK, geef ik ook workshops in dagscholen met een STEaM-opleiding.

Charles: Ik studeerde een master industieel ontwerp te Kortrijk, een vierjarige opleiding die een afstudeerrichting is van de opleiding tot industrieel ingenieur, maar dan wel met een specifieke focus op ontwerp. Ik werk ook als freelancer.

Wat wil je op één jaar met je leerlingen bereiken?

Charles: Mijn belangrijkste doelstelling is vooral om deze nieuwe opleiding op MAAK op een overtuigende manier neer te zetten. We werken rond 5 grote projecten en ik hoop van harte dat de makers-cultuur op MAAK gaat floreren. Toeval of niet, maar de naam van MAAK zit alvast mee voor onze nieuwe richting (lacht).

Lennard: Thomas Edison zei ooit over zijn weg naar de uitvinding van de gloeilamp: “I have not failed. I've just found 10.000 ways that won't work.” Dat is voor mij een centraal idee dat ik ook mijn leerlingen dit jaar wil meegeven: productontwerp is vaak ook een kwestie van fouten durven maken, uit je fouten leer je ontzettend veel.