10 december, 2019

Schilderen als ode aan de natuur

Jean Ferleu, “de Jean” zoals iedereen hem noemt, is geen onbekende in Knokke-Heist. Hij is al 20 jaar lang één van de bezielers van MAAK | extra (voorheen Vrij Atelier) en elke dinsdag en donderdagnamiddag begeleidt hij een dertigtal cursisten in zijn vrijwilligersreeks “vrij schilderen”. Een gesprek.

Hoe is jouw passie voor schilderkunst ontstaan?

Schilderen was voor mij een late roeping. Als kind kon ik wel altijd goed tekenen en nu en dan maakte ik wel eens een pentekening van het stadhuis van Brussel of Gent. Maar kort voordat ik met brugpensioen ging,  besloot ik om écht te gaan schilderen. Ik volgde cursussen aquarel bij Jacques Bruynseraede en acryl bij Patrick Feys.

Uiteindelijk ben ik in mijn leven altijd met kleuren en design bezig geweest. Ik was vertegenwoordiger bij - toendertijd - één van de grootste tapijtconcerns wereldwijd, Louis Depoortere. Zo was ik mee verantwoordelijk voor het tapijt in het federaal parlement in Brussel, “mijn tapijt” zoals ik het vaak noem. (trots)

Zit het schilderen in de familie?

Niet meteen. Als schilder ben ik grotendeels een autodidact. Mijn ganse familie werkte in de textielnijverheid. Zo was mijn grootvader meester kleermaker en mijn vader textielingenieur. Voor mij was het dan ook een logische stap om in de textiel te werken. Ik heb dat altijd heel graag gedaan. Mocht ik herbeginnen, zou ik misschien wel architectuur gestudeerd hebben.

Wat schilder je zoal?

In se ben ik een aquarellist die houdt van impressionistische landschappen. Een impressie geven of een suggestie wekken, dat ligt me. Turner en Monet zijn mijn lievelingschilders. Ik zag in Parijs ooit de tentoonstelling “Turner, Whistler, Monet” – inspirerend is dat.

De laatste jaren schilder ik meer acryl en ook meer figuratief abstract. Ik heb een grote voorliefde voor de natuur. Dat zie je in mijn werk.

Hoe ben je zelf bij MAAK | extra terecht gekomen?

Ik ben in Knokke-Heist komen wonen net voor ik op pensioen ging. Van oorsprong kom ik uit Sint-Niklaas. Van zodra ik hier was, schreef ik me in bij Peter Emonts-Gast voor schilderkunst. Op een gegeven moment is de man gestorven en werd me gevraagd om ook begeleider te worden van Vrij Atelier. Ik doe dat nu al 20 jaar, helemaal onbezoldigd, met heel veel passie en toewijding. Weet je dat ik eigenlijk in al die tijd er nog maar 8 keer niet geweest ben?

Hoe is Vrij Atelier ontstaan?

Vrij atelier is opgericht door wijlen Maxim Willems, eerste schepen van Knokke-Heist en voorzitter van het cultuurcentrum. Zijn initiële bedoeling was om sociaal contact te bevorderen via workshops over taal, kunst, breien, koken en tuinieren. Dat sociaal contact, dat blijft een belangrijke pijler in onze werking. Mensen komen naar onze ateliers om elkaar te ontmoeten. Onze begeleiders zijn een voor een vrijwilligers en doen het met hart en ziel. Tot anderhalf jaar geleden zaten wij met onze ateliers keramiek en schilderkunst in de Marge. Nu gebruiken we dezelfde accommodatie als MAAK en valt onze werking onder MAAK | extra, maar inhoudelijk doen we nog steeds hetzelfde als vroeger. We hebben ongeveer 165 cursisten, 4 begeleiders voor keramiek en 6 voor schilderen. Wij zijn geen concurrentie van het aanbod van de academie, maar vormen een geheel eigen biotoop met onze eigen accenten.

Maxim Willems vroeg jou om de Masters op te richten en te organiseren. Vertel!

De Masters zijn masterclasses schilderkunst waarop een bekende aquarellist wordt uitgenodigd om een zeer gedreven publiek te onderwijzen volgens de techniek van de man of vrouw in kwestie. Vier keer per jaar gaat zo’n weekend door. We hebben artiesten van overal ter wereld te gast gehad: uit China, Oekraïne, Frankrijk … Ik zocht de beste mensen uit en via via ontstond een eigen netwerk. Xavier Swolfs is bijvoorbeeld een bekende aquarellist die hier herhaaldelijk geweest is. Voor mezelf gaf dat ook veel voldoening en heb ik er veel uit geleerd.

Je moet weten dat aquarel schilderen echt wel een wereld op zich is. In de kunstopleiding in België wordt daar bitter weinig aandacht aan besteed. Frankrijk en Australië zijn toonaangevend.

De Masters heb ik 15 jaar lang georganiseerd. Sinds dit jaar heeft iemand anders het van mij overgenomen. Volgend jaar staan er vier sessies gepland.

Wat wil je overbrengen aan jouw cursisten?

Ik geef ideeën en stimuleer ze, maar lesgeven in de strikte zin van het woord doe ik niet. Wij zijn geen leerkrachten, maar wel begeleiders. Dat is een belangrijk verschil. Mijn cursisten schilderen wat ze willen en ik help hen zoveel mogelijk. Ik dring mijn eigen visie nooit op. Hen goesting geven, daar is het mij om te doen.

Heb je een voorliefde voor bepaalde kleuren?

Oranje en  rood zijn zonder twijfel mijn lievelingskleuren. In al mijn schilderijen vind je dat. Zelfs als ik een natuurtafereel schilder, zit er altijd iets oranje of rood in

Wat was je laatste museumbezoek?

Ik heb verschillende grote musea bezocht: Bozar, Louvre, British Museum … Een van mijn lievelingsmusea is toch wel het Kröller- Müller museum in Nederland. Ik ben er al drie keer geweest. Het Mas in Antwerpen staat nog op mijn verlanglijstje.

Heb je nog andere hobby’s dan schilderen?

Ik was 30 jaar lang natuurgids in het Zwin en ook op reis kies ik resoluut voor de natuur. Ik trek altijd naar gebieden met veel vogels, de Alpen of Pyreneeën bijvoorbeeld. Ik moet nu toch zeker al zo’n 400 vogelsoorten gezien hebben van de 3500 bestaande. Er is nog wat werk voor de boeg (lacht). In mijn ‘jonge’ jaren heb ik veel natuurcursussen gevolgd en ging vaak op reis met Natuurpunt – vroeger “De Wielewaal en Natuurreservaten”.

Welke goede raad wil je elke beginnende schilder geven? 

Hou vol en geef nooit op!