20 juni, 2019

Tynni Oorlynck: "Nog nooit tweemaal dezelfde les gegeven"

Tynni Oorlynck is ondertussen een vaste waarde op MAAK. Naast beeldlabo en projectatelier, geeft ze vooral beeldatelier in de tweede graad. Tynni is een bevlogen leerkracht beeld maar ook een gepassioneerde theatermaker, reiziger én mama van twee kinderen. Met haar warme stem en vriendelijke glimlach vertelt ze honderduit over haar leven op MAAK, maar ook erbuiten.

Hoe zag jouw eigen opleiding beeld eruit?

Ik begon pas in het vijfde middelbaar met een opleiding Beeldende Kunsten aan de academie van Brugge. Ik was een laatbloeier, voor mijn 16de had ik eigenlijk nog nooit getekend. Ik groeide thuis wel op in een creatieve omgeving: mijn moeder naaide bijvoorbeeld heel veel. Van haar leerde ik zelfs kantklossen. Na mijn middelbaar trok ik naar Sint-Lucas in Gent. Ik behaalde er een master Beeldhouwkunst en Vrije Grafiek.

Vind je dat je zelf doorheen de jaren geëvolueerd bent als leerkracht?

Ik ben zeker geëvolueerd. Vooral sinds ik mama geworden ben, bekijk ik de leefwereld van de kinderen toch anders. Ik begrijp ze beter. Zo heb ik gemerkt dat je kinderen heel makkelijk via verhalen kan bereiken. Vaak start een les in mijn beeldatelier dan ook vanuit een verhaal. Daarmee prikkel ik hun fantasie en op die manier maak ik de link naar het beeldende.

Vroeger noemden veel collega’s mij ook wel een sloddervos. Ik vind van mezelf dat ik daar de laatste jaren toch grote stappen vooruit heb gezet. (lacht)

Wat is het ultieme dat je als leerkracht beeld met je leerlingen wil bereiken?

Ik wil bij mijn leerlingen vooral de drang aanwakkeren om zich beeldend uit te drukken. Die passie ontwikkelen en hen daarin zoveel mogelijk motiveren en begeleiden, daar doe ik het voor. Als een mama mij vertelt dat haar kind na een les de hele week niets anders gedaan heeft dan met houtskool tekenen, dan ben ik super blij en is mijn missie geslaagd.

Hoe belangrijk is het aanleren van techniek en vakmanschap in jouw lessen?

Techniek is een basis en heb je nodig om verder te kunnen gaan. Maar voor mij mag techniek nooit een doel op zich worden. Het moet steeds een middel blijven. Onderzoek en experiment zijn voor mij minstens even belangrijk, zoniet belangrijker. Zo werkten wij onlangs in het projectatelier rond het thema “aanraking”.  Vanuit de proefondervindelijke ervaring van wat een aanraking kan zijn – een hand, elkaar aanraken, … - en via kleine beeldende oefeningen gaan we met de leerlingen uiteindelijk op zoek naar welke inhoud ze beeldend willen uitdrukken. Eens zij overtuigd zijn van hun eigen inhoud, begeleiden wij hen als leerkracht in het vinden van de passende techniek. Op die manier vormt inhoud, vorm, techniek en situatie één zinvol geheel.

Kan beeldende creativiteit groeien bij leerlingen?

Sowieso kan kunstenaarschap bij iedereen groeien - klein of groot. Groei is er eigenlijk altijd. Maar het tempo waarin leerlingen een creatieve evolutie doormaken scheelt uiteraard wel van leerling tot leerling. Ook het doorzettingsvermogen speelt een belangrijke rol. Toen ik op mijn zestiende begon met kunstonderwijs, had ik ervoor nooit getekend. De eerste maand stond er een gestapelde constructie met dozen voor mijn neus, om te oefenen op perspectief. Die eerste lessen waren afzien, maar door motivatie, doorzetting en oefenen is het me wel gelukt.

Wat ik soms ook wel merk is dat de creativiteit bij middelbare scholieren daalt. Leerlingen zijn vaak zodanig gewoon om op de dagschool alles voorgekauwd te krijgen, dat het vaak moeilijk is om bijvoorbeeld een opdracht in te vullen met hun eigen fantasie. Het is dan aan ons om dat proces weer op gang te trekken.

Vroeger ontstond grote kunst vaak door andere kunstenaars te kopiëren. In hoeverre is het goed dat een kind zaken kopieert om vervolgens tot zijn eigen versie te komen?

Een vroegere leerkracht van me zei ooit: “Tekenen is 80% kijken en 20% tekenen.” Daar zit veel waarheid in. Om te tekenen moet je eerst en vooral gericht kunnen kijken en vergelijken. Eens je dat beheerst, is het makkelijker om er je eigen ding mee te doen, om er je eigen interpretatie aan te geven. Bij de jongste leerlingen geef ik dat wel eens als lesopdracht. Dan zijn ze trots dat ze iets “juist” hebben leren tekenen. Natuurlijk is het wel zo dat hun eigen fantasie op dat moment niet echt geprikkeld wordt. Met dit soort opdrachten moet je dus zeker ook niet overdrijven.

Je bent ook bezig met theater en volgde zelfs ooit cabaret en comedy op MAAK. Onder welke vorm ben je daar nu nog mee bezig?

Theater heeft mij al van kindsaf aangesproken. Ik ging vaak mee met mijn ouders naar de stadsschouwburg in Brugge. Hier op MAAK begon ik de lessen toneel te volgen toen ik een springuur had. En aangezien ik de enige leerling was in dat uur, werkte ik vaak aan monologen. Na de opleiding toneel waagde ik een sprong naar cabaret en comedy. Ik vond dat een heel inspirerende cursus en leerde daar onder andere zelf mijn teksten schrijven.

Daaruit is dan mijn droom ontstaan om een eigen kindervoorstelling te maken, samen met ex-collega Kathy De Wit. Het werd – hoe kan het ook anders - een heel erg beeldende voorstelling, woordenloos en met live muziek. We genoten enorm van het creatieve proces. Iets bedenken, schrijven, uitproberen en weer schrappen. Het decor en de spelattributen maakten we zelf. We hebben er uiteindelijk twee jaar over gedaan tot we helemaal tevreden waren. Vooral op lagere scholen voerden we de voorstelling al verschillende keren uit. Momenteel staan we even “on hold” omdat mijn collega opnieuw aan de unief is gaan studeren. Maar ik ben er zeker van dat we in de toekomst opnieuw een voorstelling zullen maken.

In hoeverre inspireert deze vorming jouw lespraktijk? 

Ik hou er van om met mijn leerlingen een live performance te maken waarin ze hun eigen beeldend werk op een meer interactieve manier presenteren. Zo maakten we een schaduwspel met zelfgemaakte silhouetten waarbij de leerlingen ook een eigen verhaal bedacht hadden. Of een poppenspel met zelf gemaakte mousse poppen.  Op die manier plaats ik het beeldende werk van mijn leerlingen in een bredere context.

Theater en muziek worden vaak als een tijdskunst benoemd, terwijl beeldende kunst eerder als statisch gezien wordt.Hoe ervaar je dat spanningsveld?

Ik vind een beeldend werk vaak helemaal niet zo statisch. Soms komt een beeldend werk maar volledig tot zijn recht wanneer het net op die plaats staat, met dat bepaald licht en met die bepaalde opstelling. Zo is er het werk “Leviathan” van Anish Kapoor waarbij in een hal drie grote bollen van vliesdun pvc staan. Als je in die bollen stapt, lijkt het alsof je in de krochten van een menselijk lichaam bent: groots en imposant, maar ook dun en teer, alsof de hele structuur elk moment kan scheuren. Die kwetsbaarheid voel je fysiek heel sterk als toeschouwer. En op zo’n moment wordt een kunstwerk een echte ervaring.

Ik herinner me ook nog heel goed toen ik op bezoek was in het Guggenheim in Bilbao. In een zaal liep ik de hoek om en daar hing pal voor me een gigantisch schilderij van Rothko. Het gevoel dat ik op dat moment kreeg was ongelooflijk. Ik werd in dat doek gezogen  en kon er uren naar staren. Alleen op dat moment, op die plaats en met die lichtinval was zo’n beklijvende totaalervaring mogelijk. Ook voor mijn eigen werk vind ik het heel belangrijk om de juiste ruimte en het juiste licht te vinden.

Je was ooit geselecteerd als beloftevolle kunstenaar in het SMAK. Vertel!

Als afgestudeerde student van Sint-Lucas krijg je gedurende drie jaar de kans om geselecteerd te worden voor de tentoonstelling Young Artists, toen nog in De Witte Zaal van Sint-Lucas Gent. Ik had het geluk om daar driemaal voor geselecteerd te zijn. Bij mijn 2de deelname mocht ik ook de speciale prijs van het SMAK ontvangen, uitgereikt door Jan Hoet himself. Een hele eer!

Daarna werd ik geselecteerd voor de tentoonstelling Coming People in het SMAK zelf. Een jury gaat op bezoek bij de eindejaarstentoonstellingen en selecteert werken uit alle eindprojecten van studenten uit Sint-Lucas Gent en het KASK. Ik was één van de acht geselecteerden.

Ben je nu nog zelf actief als beeldend kunstenaar?

Naast de beeldende theatervoorstelling die ik de laatste jaren maakte, ben ik geregeld met mijn eigen beeldend werk bezig  – al is dat nu op een lager pitje. Ik noem mijn werk vaak een individuele mythologie vanwege de “verhalende” invalshoek. Ik werk veel met mixed media, gips, was en textiel. Er zijn nog een aantal werken die ik niet eerder getoond heb aan een publiek, maar daar wil ik eerst nog wat aan verder werken. Eens dat klaar is, ga ik op zoek naar de geschikte tentoonstellingsruimte.

Aan welk moment op MAAK hou je mooie herinneringen over?

Onze buitenlandse uitstappen met de vierdegraad naar bijvoorbeeld Londen en Parijs zijn altijd een hoogtepunt. Zowel de tentoonstellingen die we dan bezoeken, als het gezellig informeel tafelen met de collega’s op het einde van de dag…dat zijn gewoon écht fijne dingen om te doen!

Waar haal je de inspiratie om je job elke dag met nieuwe energie uit te voeren?

Ik daag mezelf graag uit. Zo heb ik in de 18 jaar dat ik lesgeef nog nooit twee keer exact dezelfde les gegeven. Uiteraard wel verschillende lessen met hetzelfde lesdoel, maar toch telkens vanuit een andere invalshoek. Ik vind het voor mezelf inspirerend en boeiend om telkens nieuwe ideeën te zoeken zodanig dat ik steeds opnieuw kan verrast worden door wat de leerlingen hiermee doen.

Heb je hobby’s?

Wij hebben een mobilhome en zodra we kunnen, zijn we weg. Reizen zit echt in mijn DNA. Ook met de fiets trekken we er graag op uit. Zo zijn we met ons gezin als eens tot vlak aan de Eiffeltoren gefietst en trokken we drie weken uit om tot in Groningen te rijden. Telkens vertrokken we van bij ons thuis, gepakt en gezakt met de tent erbij. Op cultureel vlak hou ik erg van een avondje toneel.

Lievelingseten?

Jammer genoeg alles met chocolade. Zo maak ik zelf graag stoverij klaar met een vleugje chocolade. Moet je echt ook eens proberen!

Favoriete citytrip?

Londen, Berlijn, Warschau, Madrid, Helsinki …ik hou van veel cultuur om me heen.

Favoriet vakantieland?

Alle Scandinavische landen. Noorwegen kies ik voor de natuur en Finland voor de mensen. Misschien is dat wel omdat ik in Finland drie maand gestudeerd heb tijdens een Erasmusproject. Ik heb daar heel warme herinneringen aan.

Favoriete muziek?

Mijn muzieksmaak is heel gevarieerd. Van PJ Harvey tot de Red Hot Chili Peppers, van Damien Rice tot Jeff Buckley.

Favoriete kunstenaar?

Te veel om op te noemen: Berlinde De Bruyckere, Anish Kapoor, David Hockney, Rinus Van de Velde…Als ze al iets met elkaar gemeen hebben is het misschien wel het verhalende karakter van hun werk - iets dat ook telkens vanzelf in mijn eigen werk sluimert.

Favoriete tentoonstelling?

Ik hou enorm van het kunstenfestival Watou dat iedere zomer doorgaat. Poëzie gaat daar in dialoog met beeldend werk op fantastische locaties doorheen Watou. Een echte aanrader voor deze zomer. Er is ook een kinderparcours om te ontdekken.

Favoriete boek?

Zonder meer: “Into the wild” van Jon Krakauer. Onlangs las ik ook

“Het sublieme” van Hans den Hartog Jager – een aanrader.

Als je deze job niet zou doen, welke andere job zou je dan heel graag doen?

Ik zou sowieso iets creatiefs kiezen: kunstcurator van tentoonstellingen bijvoorbeeld.  Reisorganisator of -begeleider van actieve expedities, dat lijkt me ook wel wat.

Wat wil je ooit nog in je leven verwezenlijken? Waar droom je van?

Ik droom ervan een jaar lang een wereldreis te maken met mijn gezin – en als het even kan, graag met de fiets. Onbekende pareltjes ontdekken in ongerepte natuur en afwisselen met enkele dagen het bruisende, culturele leven van een grootstad. Heerlijk!